Nieuws


Corona zorgt voor daling spoorgoederenvervoer van 5 procent

Nederland
Woensdag, 17 februari '21 via Spoor Pro
Coronavirus

Andere
129
Webmaster

Het spoorgoederenverkeer van, naar, binnen en door Nederland nam in 2020 af met ongeveer vijf procent, in vergelijking met 2019. Dat blijkt uit het Jaarrapport spoorgoederenverkeer van ProRail. De belangrijkste verklaring voor de daling is volgens de spoorbeheerder de coronacrisis. De afname bleef volgens ProRail beperkt dankzij een goed eerste kwartaal en sterk herstel in de laatste drie maanden van 2020.

Het rapport spreekt van een jaar met twee gezichten: In het laatste kwartaal is een sterk herstel zichtbaar, met zelfs de drukste maand ooit, gemeten in aantal treinen op de Nederlands-Duitse grens. Ondanks de coronacrisis reden er in heel 2020 meer containertreinen dan in 2019. Enkel in de maanden mei en april reden er minder containershuttles van en naar Nederland.

Treinen en tonnen

Zo passeerden er 43.650 goederentreinen de Duits-Nederlandse grens in beide richtingen. Dat zijn er ruim 1.700 minder (-4%) dan in 2019. Van en naar de Rotterdamse haven reden er door eenzelfde afname 34.300 goederentreinen. Het bruto tonnage aan vervoerde vracht daalde procent iets meer. 5 procent tussen zowel Duitsland en Nederland als in de Rotterdamse haven. Tussen Nederland was dat 4 procent lager met 15,3 miljoen ton aan goederen.

Het spoorgoederenvervoer heeft volgens ProRail bewezen een ‘corona proof’ modaliteit te zijn. Landen sloten grenzen voor wegverkeer of stelden strengere controles in. Dit leidde tot lange files voor het wegtransport. Goederentreinen konden zonder noemenswaardige vertraging van het ene land naar het andere. Omdat in veel landen minder reizigerstreinen reden, was op het spoor ook meer ruimte voor het spoorgoederenverkeer.

Italië in volledige lockdown

Toch reden er ook minder containertreinen. Omdat Italië in een volledige lockdown ging, werden frequenties teruggeschroefd. Shuttles reden vijf keer per week heen en weer naar Italië in plaats van zes keer. Hiermee bleef de bezettingsgraad van de shuttles redelijk op peil. Van een ineenstorting van verkeer was dus geen sprake.

Op het dieptepunt in mei reden er 10 procent minder internationale containershuttles van en naar Nederland (excl. transit) in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder. Ondanks deze dip reden over heel 2020
meer containershuttles: Internationaal circa 1.150 meer dan in 2019 (+6%). Bij transitverkeer circa 250 meer dan in 2019 (+10%) en op binnenlandse trajecten circa 100 minder dan in 2019 (–2%).

Bekijk hier het hele rapport.

Het aantal binnenlandse shuttles lag in de periode februari – juni lager dan in 2019. Een verklaring hiervoor is dat op de meeste shuttles (Maasvlakte – Blerick) veel maritieme containers worden vervoerd. Door de lockdown in delen van China (januari – april) was de aanvoer van containers minder. De frequentie van de shuttles van en naar Blerick lag in deze periode lager dan normaal drie à vier per dag, per richting in plaats van vijf keer per dag.

Autoproductie stil

Sinds het begin van de lockdown eind maart viel het vervoer van auto’s en auto-onderdelen sterk terug. De auto-industrie in Europa kwam tot stilstand. Dat had flinke gevolgen voor het spoorgoederenvervoer. Er reden minder treinen, omdat er geen auto’s en onderdelen waren om te vervoeren. In vergelijking met 2019 reden er zeventien procent minder treinen in het automotivesegment.

Door het stokken van de aanvoer van onderdelen die voor een groot deel worden geproduceerd in China vielen in heel Europa autofabrieken stil. De directe gevolgen zijn dan het wegvallen van treinen die auto’s vervoeren, bijvoorbeeld auto’s voor Volkswagen-importeur Pon Groep naar Leusden of auto’s voor de export van Ford via de Sloehaven. Ook treinen met onderdelen, bijvoorbeeld voor Volvo in Gent, reden niet. Maar ook andere treinen, niet direct in het segment automotive, werden hierdoor getroffen. Voor de productie van auto’s is staal nodig, dus er reden minder staaltreinen.

Kolentreinen

De lagere vraag naar staal leidt tot een lagere staalproductie, waardoor minder grond- en hulpstoffen nodig
zijn. Dus reden er minder treinen met erts, kolen en kalk. De verminderde industriële productie had ook gevolgen voor de energiemarkt. Minder productie betekent ook een lagere vraag naar energie. In Duitsland was voldoende energie uit hernieuwbare bronnen beschikbaar, waardoor kolengestookte energiecentrales werden stilgelegd. Ook dit leidde tot minder kolentreinen.

Waalhaven blustest, foto: ProRail

De coronacrisis is volgens de opstellers van het rapport de voornaamste reden van de daling, maar een uitgebreidere analyse van de cijfers moet nog plaatsvinden. Bijvoorbeeld of werkzaamheden en storingen hier van invloed zijn. Volgens het rapport waren de meeste werkzaamheden in 2020 op baanvakken met geen of weinig goederenverkeer, zoals Leiden – Alphen a/d Rijn, Den Haag – Gouda of de HSL Rotterdam – Breda. Toch vonden, vooral in weekenden, ook werkzaamheden plaats op de routes die gebruikt worden als omleidingsroute bij de werkzaamheden voor de aanleg van het 3e spoor. Deze werkzaamheden vonden nooit tegelijkertijd
plaats, zodat altijd ten minste de Betuweroute of de omleidingsroutes beschikbaar waren.

Waalhaven Zuid

De problemen met de bluswatervoorziening op emplacement Waalhaven Zuid worden nog wel genoemd in het rapport. Sinds half september 2019 is het rangeren met gevaarlijke stoffen hier niet meer mogelijk. Hoewel de hinder voor goederenvervoerders groot is, is er in de realisatiegegevens vrijwel geen effect zichtbaar: het aantal treinen en het bruto tonnage dat de Rotterdamse haven verlaat, is niet zichtbaar veranderd.

Reacties