Nieuws


‘We moeten reëel zijn: Er komt niet vandaag of morgen een grote uitrol van ATO’

Nederland
Woensdag, 10 februari '21 via Spoor Pro
Zelfrijdende trein

Infrastructuur
419
Webmaster

Ondanks dat de betrokkenen van de urgentie doordrongen zijn, hoeven we op korte termijn geen grote uitrol van Automatic Train Operation (ATO) te verwachten. Dat zei Dirk-Jan de Vries van het ministerie van Infrastructuur woensdag in de uitzending van SpoorProTV. De Vries was in de studio om te praten over de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040, waarin uiteengezet wordt wat de komende jaren nodig is om het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken. 

“Wat ATO betreft zitten we echt nog in de beginfase”, zegt De Vries. Wel geeft de beleidsadviseur aan dat de gesprekken over ATO steeds serieuzer worden. Niet alleen wordt er met vervoerders onderzocht wat op welke plekken de meerwaarde van ATO is, tevens wordt er nagedacht over waar en hoe proeven met ATO uitgevoerd kunnen worden.

“Idealiter zou je dat doen op de trajecten waar ATO in potentie de grootste meerwaarde heeft, zoals op plekken waar heel veel treinen rijden maar waar fysieke uitbreiding van het spoor lastig te realiseren is. Denk daarbij aan de Schipholtunnel of de Willemsspoortunnel in Rotterdam”, aldus De Vries. Daardoor is het realistischer om proeven met ATO in het noorden van het land uit te voeren, waar het rustiger is.

ATO is een van de zogeheten bouwstenen waarmee de doelen in de ontwikkelagenda bereikt kunnen worden. Een dergelijke systeemkeuze is noodzakelijk “om op drukke stukken van het OV meer capaciteit te bieden. Dit voorkomt nog grotere aanpassingen van infrastructuur”, zo valt te lezen. Het European Rail Traffic Management System (ERTMS) is een ander middel om de capaciteit op te schroeven, ook buiten de landsgrenzen.

Meer en makkelijker treinen laten rijden

Doordat de Schipholtunnel een van de belangrijkste en drukste trajecten van het land is, doet de overheid er goed aan om na te denken over alternatieven. Er komt immers een moment waarop de maximum capaciteit bereikt wordt, zeker aangezien uitbreiding van het aantal sporen op een dergelijk traject erg ingewikkeld is. Het doortrekken van de Noord-Zuidlijn kan daarom uitkomst bieden.

“Daarmee bied je vervoer aan terwijl je tegelijkertijd de Schipholtunnel ontlast. Je hebt dus niet alleen een nieuwe verbinding, maar je creëert tevens meer ruimte voor treinen. Daar hebben ook reizigers buiten de directe omgeving wat aan. Bijvoorbeeld in Noord-Nederland”, zegt De Vries daarover.

Alles valt of staat met een robuuste basis

De Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 moet volgens De Vries dan ook gelezen worden tegen de achtergrond van het maken van keuzes. Daarom bestaat de agenda uit verschillende menukaarten, zodat beleidsbepalers aan de hand van prioriteiten hun eigen stip aan de horizon kunnen plaatsen.

Vervolgens kan er samen met ProRail en vervoerders gekeken worden naar de verschillende bouwstenen daarvoor. Daarbij zijn politici wel aan bepaalde spelregels gebonden, zegt De Vries. Niet alles kan immers tegelijkertijd en veel zaken zijn van elkaar afhankelijk. “Met een agenda kun je keuzes maken.”

Daarnaast valt of staat alles met een robuuste basis. Als er onvoldoende investeringen gedaan worden, kun je niet in voldoende mate aan het beheer, onderhoud en vervanging van het spoor doen. “De prognoses van ProRail voor de budgetbehoefte instandhouding na 2025 zijn hoger dan het beschikbare budget. Voor goed onderhoud moeten er dus keuzes gemaakt worden. Voor de ontwikkelagenda betekent dat simpelweg dat als het spoor niet in orde is, ook alle andere leuke plannen niet door kunnen gaan”, aldus De Vries.

Het een hangt met het ander samen

Een ander cruciaal punt uit de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 is de goederenroutering naar Noordoost-Europa, oftewel een noordelijke vertakking van de Betuweroute. Ook dit voorbeeld laat van De Vries betreft uitstekend zien hoe alles op het spoor met elkaar samenhangt, maar ook wat het belang van duidelijke keuzes is.

“Gezien de groei van zowel het passagiers- als goederenvervoer, moet je kijken naar oplossingen. Een noordelijke aftakking is een van die oplossingen. Daardoor komt er capaciteit op de reguliere trajecten vrij voor reizigers. Daarnaast komt er met het omleiden van goederenvervoer in de steden meer ruimte voor woningbouw, hetgeen de drukte op de woningmarkt kan doen afnemen.”

Daarbij moet er wel worden gezorgd dat het omleiden van goederen omwille van bijvoorbeeld de geluidsoverlast niet elders voor overlast zorgt. De Vries wijst op de verschillende procedures in Nederland en het “zorgvuldige traject van participatie” ter bescherming van de omgeving.

Maak van 2021 geen verloren jaar

Nu alles in het teken staat van de coronacrisis is het soms lastig om het momentum van de ontwikkelagenda vast te houden, erkent De Vries. Volgens hem is het dan ook noodzakelijk dat iedereen elkaar aanspoort om van 2021 geen verloren jaar te maken.

Daarom is het volgens de beleidsadviseur van belang dat ProRail en de vervoerders alvast met plannen van aanpak komen en vervolgstappen zetten. “Zorg dat zaken in de stijgers staan, zodat het nieuwe kabinet snel aan de slag kan.”

Reacties