Te weinig tweetalige machinisten, dus is talenkennis plots onbelangrijk, “maar veiligheid komt in gedrang door gebrekkig Nederlands van collega’s”

Machinisten bij de NMBS die met hun trein de taalgrens over rijden, moeten om veiligheidsredenen tweetalig zijn. Als er iets gebeurt, moeten ze de veiligheidsinstructies in het andere landsdeel vlot kunnen begrijpen. Daarom worden de treinbestuurders elke drie jaar getest op hun taalkennis. Maar volgens verschillende Franstalige machinisten zijn de taalexamens “doorgestoken kaart”. “Omdat er anders te weinig machinisten inzetbaar zijn.” De NMBS ontkent.


Om de drie jaar moet een machinist van de NMBS bewijzen dat hij voldoende tweetalig is. “Een treinbestuurder die niet slaagt, mag in theorie de taalgrens niet meer over rijden. Hij krijgt taallessen aangeboden om de situatie recht te trekken”, vertelt een Waalse machinist. Hij slaat nu alarm, omdat volgens hem de veiligheid op het spel staat. “Die taallessen zijn echter bijzonder summier. Om ervoor te zorgen dat voldoende machinisten door de daaropvolgende taaltest geraken, krijg je de mogelijke examenvragen én -antwoorden bijna ingelepeld. De examinatoren steken tijdens het examen soms nog een handje toe.” Als bewijs heeft hij een aantal vragenlijsten bijgehouden die hij enkele dagen voor zo’n taalexamen kreeg toegestuurd, met de juiste antwoorden er netjes bij vermeld.

De reden van deze manier van werken? “Het chronische gebrek aan treinmachinisten bij de NMBS: wanneer iemand niet slaagt in die taaltest – en dus niet meer in het andere landsgedeelte mag rijden – leidt dat meteen tot enorme organisatorische problemen.” De ervaren machinist vreest voor incidenten, “omdat er op dit moment treinbestuurders rondrijden die amper Nederlands of Frans verstaan, hoewel ze slaagden voor de verplichte taaltest”.

Frans op school

Langs Vlaamse kant wordt dat laatste beeld bevestigd. “Het gebeurt geregeld dat je je trein overlaat aan een collega die amper of geen Nederlands machtig is, terwijl dat verplicht is. Dat roept toch serieuze vragen op”, klinkt het bij verschillende machinisten. Al zou langs Vlaamse zijde minder creatief met de examens én de vragen worden omgesprongen. Met reden: “Zonder onze Franstalige collega’s met de vinger te wijzen: doordat er in Vlaanderen op school nog Frans wordt gegeven – terwijl in veel Waalse scholen het Nederlands is geschrapt – hebben Vlaamse machinisten minder moeite met de verplichte taaltest Frans.”

Het Autonoom Syndicaat van Treinbestuurders (ASTB) riep machinisten gisteren op “geen onverantwoorde hulp van bovenaf te aanvaarden om gemakkelijker te slagen in de taaltest, gelet op de eventuele gevolgen nadien, bij een incident. Het is de absolute taak van de NMBS om goed taalonderwijs te voorzien, zodat machinisten op een ernstige manier door de taaltest geraken.”

“Overlapping mogelijk”

De NMBS ontkende gisteren categoriek dat er creatief met de verplichte taalexamens wordt omgesprongen, laat staan dat ze doorgestoken kaart zijn. “Onze taalexamens zijn gevalideerd én gecertifieerd”, zegt woordvoerder Bart Crols. “Tweetaligheid voor wie met de trein de taalgrens overschrijdt, is immers belangrijk voor de veiligheid.”

De woordvoerder acht het weliswaar niet ondenkbaar dat er situaties en oefeningen uit de lessen terugkomen tijdens de examens. “De lessen én de examens zijn immers zo realistisch mogelijk, zo veel mogelijk op maat van wat een treinbestuurder meemaakt. Daar kan dus een zekere overlapping zijn.”

vrijdag, 08 februari 2019
http://www.treinbestuurder.be/nieuws/read.php?id=7727