‘Europa moet meer doen om internationale treinen te versnellen’

Internationale spoorverbindingen voor passagiersvervoer moeten hoog op Europese politieke agenda komen. Alleen dan is verdere verbetering mogelijk, meent staatssecretaris Stientje van Veldhoven (IenW). Ze zal zich daarom inzetten om internationale passagierstreinen ook bij de nieuwe Europese Commissie na de verkiezingen op het netvlies te krijgen, zo laat ze weten aan de Tweede Kamer. Verbetering lukt met de ene verbinding beter dan met de andere blijkt uit haar overzicht.


Om reizigers ertoe aan te zetten vaker voor de trein te kiezen dan voor het vliegtuig moeten grensoverschrijdende treinverbindingen aantrekkelijker worden. Dat dat altijd niet eenvoudig is, blijkt uit de mogelijkheden die Van Veldhoven samen met haar Duitse ambtsgenoot bekeken heeft om de treinverbinding tussen Amsterdam en Berlijn te bekorten. Dat onderzoek wijst uit dat er in 2021 een eerste tijdwinst van vijftien minuten behaald kan worden. In 2025 zouden passagiers veertig tot zestig minuten sneller op hun bestemming moeten zijn. Een optie is bovendien om vanaf 2025 bovenop de bestaande verbinding een aantal malen per dag een snellere trein te laten rijden. De staatssecretaris gaat NS en ProRail vragen de opties verder te onderzoeken, samen met de Duitse partners. Daarbij moeten ze verschillende routes bekijken. Een aanzienlijke versnelling van de Berlijntrein vergt een forse investering die volgens Van Veldhoven kan oplopen van 500 miljoen tot 7 miljard euro.

Intercity Brussel

Verbeteren van de verbinding naar Brussel is evenmin eenvoudig. Vervroegen van de trein vanuit Amsterdam of Breda naar Brussel zit er niet in, heeft onderzoek van NS uitgewezen. Zo’n trein is niet alleen onrendabel vanwege de extra jaarlijkse kosten van 2,5 miljoen euro, maar er zijn ook praktische bezwaren. De hogesnelheidslijn is op een vroeger tijdstip nog niet beschikbaar vanwege het reguliere onderhoud. Versnellen van de treinverbinding naar Brussel wordt op dit moment belemmerd door de problemen op de HSL-Zuid, waar ook de intercity naar Brussel overheen rijdt. NS is wel van plan om nieuwe ICNG-treinstellen aan te schaffen voor deze verbinding, zo maakte de vervoerder vorig jaar al bekend.

De plannen om een internationale nachttrein in Nederland te herintroduceren komen ook nog niet echt van de grond. Van Veldhoven heeft met verschillende vervoerders gesproken, waaronder het Oostenrijkse ÖBB, die al een nachtnet exploiteert in Duitsland, Italië en Duitsland. Volgens de staatssecretaris heeft het Oostenrijkse bedrijf wel interesse, maar ziet nog wel de nodige problemen op het gebied van financiën, personeel en materieel.

Wunderline

Andere projecten verlopen soepeler, zoals de Wunderline, de nieuwe spoorverbinding tussen Groningen en Bremen. Op 7 februari worden in Winschoten de samenwerkingswerkingsovereenkomsten tussen Nederlandse en Duitse betrokken organisaties ondertekend die mogelijk maken dat de lijn ook echt aangelegd wordt. Met de verbinding moet de reis tussen de twee steden een half uur korter worden.

Van Veldhoven noemt in haar brief ook de Drielandentrein: de verbinding tussen Aken, Heerlen, Maastricht en Luik. De trein rijdt na een vertraagde toelatingsprocedure voor Duitsland inmiddels tussen Nederland en Duitsland. Er is nog geen zicht op de termijn waarop de trein ook in België kan rijden. Andere mijlpalen zijn volgens de staatssecretaris de nieuwe Thalysbestemmingen en de beoogde derde Eurostar per dag vanaf de zomer van 2019.

Düsseldorf

Eind vorig jaar liet de staatssecretaris al weten dat er vanaf 2025 een directe trein gaat rijden tussen Eindhoven en Düsseldorf. Reizigers zijn dan een uur en veertig minuten onderweg. Nu is dat nog twee uur. De aanbesteding van de treindienst door concessieverlener Verkehrsverbund Rhein Ruhr (VRR) is in voorbereiding. De lijn wordt aanbesteed voor een periode van vijftien jaar. Om de verbinding mogelijk te maken moet het spoor rondom Eindhoven op een aantal plekken worden aangepast.

Verder loopt er nog onderzoek naar de haalbaarheid van een intercity-verbinding vanuit de regio Amsterdam, via Eindhoven en Heerlen naar Aken. Van Veldhoven verwacht de Kamer halverwege dit jaar te kunnen informeren over de uitkosten. Ook de reactivering van de lijn Weert-Hamont is nog onderwerp van studie. De kosten worden in beeld gebracht, net als de exploitatiemogelijkheden. Exploitatie door NMBS ligt volgens de bewindsvrouw het meest voor de hand.

zaterdag, 02 februari 2019
http://www.treinbestuurder.be/nieuws/read.php?id=7720